|
De mantelmeeuw
De drie honden die ik heb zijn alle drie persoonlijkheden. De oudste maar ook de kleinste van stuk heet Mo, dat is een afkorting van Mozart. Hij is een kleine kruising terriėr en met zijn 28 centimeter hoogte niet veel groter dan een uit de kluiten gewassen Yorkie. Een kennis van mij noemt hem ook wel een grijze eekhoorn van wegen zijn grijze vacht en zijn mooie grijze krullende pluimstaart. Mo is een vrolijk en dapper klein ding, de wereld is van hem, iedereen houdt van hem en hij van hen. Ravel mijn oudste Gos d'Atura is enorm actief, hij is lief, soms wat zorgelijk, en heeft het idee dat hij mijn kleine roedeltje bij elkaar moet houden en beschermen. Daarnaast is hij enorm op mij gericht en wil alles doen om mij gelukkig te maken. Tierra de jonste Gos is vrij, vrolijk, zeer intelligent wat eigenzinnig en volgens kenners echt een kleine eigenwijze ondernemende teef.
Mijn dagelijkse ochtend wandeling gaat vaak langs het Veerse Meer waar die drie gasten heerlijk vrij rond kunnen rennen en eventueel het water in kunnen. Mo houdt het bij rennen langs de waterkant maar als een van de anderen het water in gaat dan wil hij het water wel inlopen maar zelden verder dan halverwege zijn pootjes. Nu is het Veerse Meer vogelgebied bij uitstek, van heinde en verre komen soms bussen vol mensen vogels kijken. Naast allerlei prachtige en zeldzame watervogels hebben we daar ook de majestueuze mantelmeeuw, die bepaald geen lieverdje is. Ik heb er eens twee een haas zien belagen en als ik niet er op af was gerend denk ik dat het niet best met de haas was afgelopen. Enfin op een mooie voorjaarsochtend loop ik met mijn driespan te genieten langs het meer, de hondjes rennen vrolijk rond me heen. Een eindje verder vliegt een mantelmeeuw op en vliegt statig onze richting uit . Mo draaft parmantig langs het water en terwijl hij me voorbij komt om achter Tierra aan te rennen kijkt hij me met een blij snuitje aan. Op dat moment vliegt de mantelmeeuw langzaam maar doelbewust in de richting van Mo over mij heen, en begint een duikende houding aan te nemen. Op het moment dat ik me realiseer verrek die wil op Mo duiken heeft ook Ravel dit in de gaten en stormt als een bezetenen in de richting van die enorme meeuw die zich gelukkig onmiddellijk bedenkt. Even blijf ik verbijstert om wat ik gezien heb staan. Ravel blaft de meeuw nog wat na en gaat dan weer verder met zijn taak de roedel bij elkaar houden. Ik was zo trots op Ravel die dappere attente Gos van me, dat ik er van binnen helemaal van gloeide. En Mo? Die liep vrolijk door en had van dit alles niets gemerkt.
|
|